VierStromen
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Haak: | TMC 100 (of uw favoriete nimfhaak.) #12 of 10 |
| Binddraad: | 6/0 van elke kleur die u wenst |
| Verzwaring: | Looddraad. |
| Lijfje: | IJsselnimf chenille |
| Thorax: | Pauwefiber. Optioneel: dekschildje van donkere hacklefiber. |
| Kop: | Binddraad. |
|
Een opmerking over het IJsselnimfchenille. Dit is een chenille in fluo oranje of geel waarin een tinsel is meegewikkeld. Deze chenille kan vervangen worden door een gewone fluo kleurige micro chenille met een losse tinsel rib. | |
Zoals altijd is het onderstaande mijn interpretatie van de IJsselnimf. Eigenlijk is dit een wegwerk patroontje aangezien er aanzienlijke aantallen verloren gaan aan steenstort en gronddoeken. Echter mij geeft het altijd vertrouwen met iets te vissen dat ik er mooi uit vind zien, daarom heeft mijn versie een staartje en een dekschildje. Beide kunnen ook worden weggelaten.
|
Zet de binddraad een klein eindje achter het haakoog. Deze plek wordt wel de schouder van de vlieg genoemd. Het is de plaats op eenderde van de haaksteel, vlak achter de later te binden kop van de vlieg. |
|
De looddraad wordt over de basis van binddraad heen gewonden. Gebruik geen te dikke looddraad omdat de windingen van dikke draad veel moeilijker goed te leggen zijn dan die van dunne. Begin met de hele haaksteel in te wikkelen. Laat wel ruimte over voor de kop van de vlieg. Knijp de looddraad af en zet opnieuw op op ongeveer eenderde van de haaksteel. Wikkel naar voren tot op enkele wikkelingen van het einde van de eerste wikkeling. Overwikkel de zojuist gemaakte wikkeling naar achteren. En opnieuw naar voren. Er liggen nu 4 lagen wikkeling over de thorax. Deze wikkelingen netjes houden zal niet mee vallen (op de foto is dat duidelijk te zien...), het enige dat ik kan zeggen neem, zeker in het begin, de tijd en gebruik dunne looddraad. |
|
Als de looddraad naar behoren zit moet die worden vastgezet. Dit is zeer belangrijk; er komen behoorlijke krachten op te staan tijdens de worp en alleen als het stevig is ingebonden zal de looddraad niet gaan schuiven.
Het indbinden van de looddraad is relatief simpel: een soort kruissteek maar dan anders. Wikkel eerst open slagen naar rechts over de looddraad gevolgd door open slagen naar links. In detail zullen beide wikkelingen elkaar kruisen en zo de loodwikkelingen vast houden. Zet wat meer spanning op de binddraad dan normaal, de draad moet echte tussen de loodwikkelingen in zakken. Breng de binddraad tot boven de weerhaak en lak de looddraad windingen zorgvuldig. |
|
Het staartje is optioneel. Ik vind het mooi dus ik bind er een in. |
|
Het lijfje is inmiddels ingebonden. Bind hiervoor de chenille (en de tinsel als u een losse tinsel gebruikt) in bij de staartwortel. Breng de binddraad tot achter de thorax en wikkel de chenille in vrij strakke slagen, bind af met drie wikkelingen binddraad. Als u een losse tinsel gebruikt kunt u die nu contra-wikkelen en vastzetten. |
|
Weer een optionele stap ter verfraaiing: het dekschildje. |
|
Hier ziet u de hackle fibers, voor het dekschildje, en pauwefibers voor de thorax ingebonden. Voor een #12 gebruik ik 3 pauwe fibers. |
|
De thorax is gebonden. Niet te zien is dat de thorax twee keer geribd is met de binddraad. Pauwefibers zijn vrij teer de binddraad moet zorgen voor wat duurzaamheid. |
|
Ter afwerking van de thorax wordt het dekschildje ingebonden. Dit vraagt enige coördinatie: de rechterhand moet de fibers strak houden terwijl de linkerhand de eerste afbindwikkeling legt. Let bij het strakhouden er goed op dat het dekschildje ook inderdaad bovenop de thorax ligt en blijf opletten als de afbindwikkeling wordt aangetrokken. Meestal schuift het schildje namelijk vrolijk mee. |
|
En hier is ie dan, de IJsselnimf. |