This page in English. Home / Terug

VierStromen
(Fly)Fishing the lowlands

Riviernatuur

We hebben allemaal de verschillende onderdelen die een rivierdal vormen uit ons hoofd moeten leren: zomerbedding, zomerdijk, uiterwaard, winterdijk. En inderdaad als je goed zoekt, vind je deze indeling hier en daar nog terug maar voor het grootste deel zijn de uiterwaarden flink op de schop genomen.

Dode wolhandkrab
Inmiddels een vaste verschijning:
de wolhandkrab.
Dood en lunch voor de vogels.

Op veel plaatsen moest de rivier meer ruimte krijgen (retentiebekkens) op andere plaatsen is inmiddels de grond in de uiterwaarden zo weinig waard dat lang gekoesterde natuurplannen uitgevoerd konden worden. Hoe het ook zij de zomerdijk delfde het onderspit, de winterdijk nam schwarzenegger proporties aan (deltahoogte) en de uiterwaard werd niemandsland.

Hoe mooi dit is voor ons, de bezoekers, besef je als je delen van de rivier bezoekt waar alles bij het oude is gebleven. Prikkeldraad tot vijf meter in het water, perceel, na perceel, na perceel. Voor de ’nieuwe natuur‘ was er kilometers lang geen enkele mogelijkheid om bij het water te komen, dorpen en stadjes lagen met hun rug naar het water, maar nu toerisme het moeiteloos wint van landbouw en industrie verschijnen overal de ’boulevards‘ aan het water.

Hoe dan ook, de natuur wint in de uiterwaarden. En het is mooie natuur want zij kan vrijwel overal tegen. Het is natuur om in te zijn niet om van een afstandje naar te kijken. Nadeel is dat het geen schattige bloemetjes en bijtjes natuur is. Het is natuur van het ’de dood is alom‘ type. Omdat het geen fragiele natuur is kun je als bezoeker er op veel plaatsen doorheen lopen; struinen in het jargon. Je hebt dan de keus: of de koeienpaadjes volgen of je broek vol klitten (of beide natuurlijk). Nee, geen natuur voor zomerjurkjes.

Ooibossen

Het type bos dat in deze uiterwaarden ontstaat heet Ooibos. Ooibossen bestaan vooral uit een aantal soorten wilgen gemengd met populieren en wat berken en elzen. Zelden groot, zelden recht. Het groeit zoals het groeit. Hier en daar wordt er wel een heroïsche strijd gevoerd om cultuurelementen als knotwilgen in stand te houden maar voor het grootste gedeelte geldt laissez faire.

Het resultaat van het niet ingrijpen is mooi op een onverwachte manier. Als Nederlanders zijn we gewend aan min of meer aangeharkte landschappen waar de mens duidelijk de baas is. We zijn ook gewend niet gehinderd te worden door wat groeit en bloeit: als wij, zeg op de Veluwe, van A naar B willen dan verwachten wij dat er vrij baan is tussen A en B we verwachten niet om te moeten lopen vanwege drijfzand, halfwilde paarden, diep water of een disteljungle. Dit is al zolang het geval dat we een gazon zijn gaan zien als de normale groeiwijze van gras.
Ooibos is anders. Ooibos is geen park of tuin. Ooibos groeit en sterft zoals het uitkomt, slechts beïnvloed door de waterstand, het weer en een beetje door de grazers.

Dit wil overigens niet zeggen dat de mens niet aanwezig is. Overal zijn sporen te vinden van menselijke activiteiten: klei-afgraving voor de baksteenindustrie, ruïnes van steenfabrieken, de al eerder genoemde knotwilgen en andere geriefshoutplantages, flarden productiebos etc. Maar dit alles draagt eerder bij aan de sfeer dan dat het er afbreuk aan doet. Voor mij stralen ooibossen, ondanks dat ze ongelooflijk vitaal zijn, verval uit. De belangrijkste reden daarvoor is ongetwijfeld dat er meer ligt te rotten dan er groeit op elk gegeven moment, wat een geur oplevert die bij vlagen pikant is maar meestal het meest lijkt op oma‘s oude kast (behalve als je net met je maat 45 op munt hebt getrapt, dan sta je opeens in een wolk tandpasta).

Zoals ik al zei: veel uiterwaarden zijn tegenwoordig vrij toegankelijk en zeker de moeite waard. Vanaf de boot is er al helemaal geen beletsel om hier en daar eens aan land te gaan kijken.
Mocht u meer willen weten over Ooibossen dan raad ik u het boek "Ooibossen" door R.Wolf, A Stortelder en R de Waal, KNNV Uitgeverij, ISBN 90 5011 115 7, aan. Dit is een mooi verzorgd boek dat een compleet overzicht geeft van ontstaan, samenstelling en dynamiek van Ooibossen.

Ooibos in foto's

Al deze foto‘s zijn genomen in het (vroege) voorjaar wat de sfeer aanzienlijk bevordert. Wat ze niet laten zien, is de ongelooflijke groeikracht van dit bos. Zodra het water weg is, spuiten de planten werkelijk uit de grond. Vooral de distels en klitten bereiken grote hoogten en vormen dan een vrijwel ondoordringbare, stekende en schurende massa.

Foto van sliertige wilgen die met hun voeten in het water staan.
De voeten nog in het water maar kijk eens naar het mos op de stammen; zo hoog stond het water.
Dit bos staat twee keer per jaar onder water en overleeft dat.
Op deze plaatsen, waar het water nog lang staat en weinig stroomt, is de grond, het bezinksel, kleiig. Waar het water meer in beweging is wordt de afzetting steeds grover tot wit zand en kiezels aan toe. Bij Kekerdom heeft zandafzetting zelfs geleid tot de terugkeer van rivierduinen.

(Rechts)
Op deze foto is goed te zien hoe bomen hier groeien.
Meer stammen zijn normaal en hoogte wordt alleen bereikt als er veel bomen bij elkaar staan. Ze drijven elkaar als het ware omhoog in de competitie voor licht.
De geul in de grond is door de mens gegraven: hier is klei afgegraven voor de baksteenindustrie.
Sfeervolle foto van ooibos in het vroege voorjaar.
Sfeervolle foto van ooibos in het vroege voorjaar.
(Links)
Wederom de geulen van de klei-afgraving en de typische knokige meerstammige bomen.
Ik hoop dat de sfeer overkomt. Het geeft me altijd de kriebels door dit bos te lopen. Er grazen hier paarden en koeien en die zijn niet helemaal tam... Soms kom je ze tegen mismoedig en besluiteloos staand tussen de bomen, de kop omlaag, de huid nat. Bijna genoeg voor medelijden, zeker genoeg voor een omweg.

 

Foto van een machtige wilg met luchtwortels op een strand aan de Waal.
Een machtige wilg bijna ingehaald door de erosie. Eens stond hij waarschijnlijk hoog en droog maar bij de rivier is niets zeker. Ondanks kribben en golfbrekers kruipt het water dichterbij en zijn de dagen van deze wilg geteld.
Een complete wilg drijft de Waal af.
En op een kwade dag wint de rivier het van de wortels: een wilg op weg naar Rotterdam.
Klitten zover als het oog reikt. Klit in close-up
Late zomer, de klitten staan op het punt te gaan klitten.